historie hofje


                    De historie van Het Heilige Geest Hofje aan de Paviljoensgracht


   
*) Geschonken op 13 januari 1936 door den heer mr. Coenraad Willem Schlingemann, voorzitter der regenten van het Heilige Geest-Huis van 1916-1952, ter gelegenheid van de feestelijke ingebruikname van het vernieuwde Hofje na de restauratie "uit den vervallen staat" van 1935.
                                                                                            

De Heilige Geestmeesters, die belast waren met de armenzorg, beheerden reeds lang voor de bouw van
Het Heilige Geest Hofje, een aantal panden verspreid over de stad, cameren genaamd, waar de armen van het dorp 's-Gravenhage gratis gehuisvest werden.
De aanleiding tot de bouw van Het Heilige Geest Hofje was eigenlijk dat het beheer en onderhoud van die, verspreid over de stad gelegen, cameren te kostbaar werd. Men besloot daarom de cameren aan het Lange Voorhout te verkopen, om van de opbrengst andere cameren op te knappen en een nieuw Godthuys voor de accommodatie van arme soo mans als vrouwspersonen te bouwen op een perceel grond, toen nog weiland, buiten de toenmalige rand van de stad. Hiervoor werd door de magistraat in het jaar 1616 toestemming verleend. Dit Godthuys, bestaande uit 37 in een carré gebouwde woninkjes, die in de volksmond Heilige Geesthuisjes genoemd werden, maar tegenwoordig bekend zijn als Het Heilige Geest Hofje werd gebouwd op een perceel weidegrond gelegen aan 's-Heerenlaan, een landweg waarlangs een sloot liep. Deze landweg, die begin 1616 geplaveid werd en leidde naar de Groenmarkt, heeft toen de naam Geplaveide Gracht gekregen. In de volksmond echter, werd gesproken van de Paviljoensgracht, met de kennelijke verwijzing naar het lusthuis (paviljoen) dat de familie Doublet in de jaren 1615-1617 heeft laten bouwen op een perceel grond van ongeveer 450 roeden ten zuiden en ten westen van het Hofje. Toen in 1646 de sloot langs de Geplaveide Gracht werd gekanaliseerd en aansloot op de, in dat zelfde jaar gegraven, Stille Veerkade, om in het Haagse grachtenstelsel te worden opgenomen, heeft men officieel de naam Paviljoensgracht ingevoerd.

*) De door de heer mr. C.W. Schlingemann geschonken gravure van het Hofje (afm.: 274 x 338 mm.) is rond 1730 vervaardigd door Gerrit van Giessen (1692-1750) en uitgegeven door Reinier Boitet (1680-1758)